|
||
HomeOnze DukeDukeVakantie ZeelandKunstjesUitstapjesAlgemene infoRasbeschrijvingChippenLinksAdressenGeschiedenisGezondheidPup aanschaffenCastereren of steriliserenHonden namenBlack labradorChocolate labradorYellow labradors |
GeschiedenisHerkomst van de Labrador Retriever Wanneer de naam Labrador precies werd gebruikt in plaats van St. Johnshond is niet precies bekend, maar het moet in het begin van de negentiende eeuw zijn geweest want in 1839 nam de hertog van Buccleuch zijn Labrador "Moss" en Lord Home zijn hond "Drake" mee op hun jacht. Zij noemden toen hun honden al Labradors. Het verhaal gaat dat de tweede Graaf van Malmesbury (1778-1841) een "Labrador" op een vissersboot zag en meteen regelde dat handelaren er een aantal voor hem meebrachten vanuit Newfoundland. De Hertog was zo onder de indruk van deze honden en hun apporteertalent dat hij besloot zijn fokkerij zich geheel te wijden aan de ontwikkeling en instandhouding van dit ras. Zijn opvolger, de derde Graaf van Malmesbury (1807-1889) zette dit voort. Helaas werden al snel anderen zich bewust van dit ras, die weinig aandacht gaven aan het zuiver houden van het ras. Echter bleef de Malmesbury-lijn gedurende vele jaren raszuiver. Vol overgave probeerden de adellijke families het ras te verbeteren. In die tijd werden er veel kruisingen gemaakt met naar alle waarschijnlijkheid de Pointer, Setter, Harrier en ook met "het apporteertalent van die tijd" de Flatcoat Retriever. De hertog van Buccleuch, de graaf van Malmesbury en Sir Richard Graham hadden intussen gerenommeerde kennels opgebouwd. Zij maakten in die periode voor het eerst nauwkeurige aantekeningen van de fokresultaten en probeerden zo zuiver mogelijk, dus zonder kruisingen, te fokken. Aan het einde van de 19e eeuw werd het importeren van honden uit Newfoundland en Labrador be�indigd. Door twee wetten was het niet meer mogelijk honden uit deze streken te halen, namelijk de quarantainewet die de import van alle zoogdieren naar Engeland verbood en een belastingdecreet omtrent teven uit Newfoundland, zodat fokkers alle geboren teefjes doodden. Eigenlijk was dit heel goed voor het Labrador-ras, omdat fokkers in Engeland nu wel raszuiver moesten gaan fokken met hun eigen honden. Men begon deze dieren te fokken en te kruisen met o.a. pointers en setters. Gelukkig werd er ook gefokt met orginele geïmporteerde Labradors. Later ging men zelfs kampioenschappen houden. Het was echter niet ondenkbaar dat door het kruisen van Labradors met andere honden niet raszuivere Labradors meededen. Hier werd in 1903 een eind aan gemaakt doordat men de Engelse Labrador Retriever club oprichtte. Gelukkig waren de liefhebbers toen in hoofdzaak geïnteresseerd in de jachteigenschappen van de hond en konden zij volgens eigen inzichten hun fokkerij voortzetten. Aan hen hebben wij de veelzijdige hond die wij tegenwoordig kennen als de Labrador Retriever te danken. Hierna ging het snel en is de Labrador uitgegroeid tot een fijne jachthond en een prettige huisgenoot. Na onderzoek blijkt dat al in 1860 de eerste Labrador op een tentoonstelling te zien was. Maar zij droegen weinig bij tot het succes op de tentoonstellingen. Voor hen was er maar één ding belangrijk en dat was het apporteervermogen. Om deze kwaliteiten met andere honden te meten begonnen de liefhebbers voor het eerst in 1880 Retrieverwedstrijden te houden. Deze steeds sterker wordende competitie noodzaakte de fokkers zich meer te verdiepen in het verbeteren van de waardevolle eigenschappen van hun honden. Deze gezonde competitie vormde de sterke basis voor de goede werkeigenschappen die we nu in onze honden terugvinden.
De uiterlijke kenmerken van de Labrador zijn mede bepaald door het koude
Canadese klimaat. Kijk maar eens naar de dikke otterstaart en de dubbele vacht. |
|